Heri heri: mijn verhaal van Suriname tot op jouw bord
Annie’s Place · Verhalen uit Suriname
Ik ben heri heri. Dit is mijn verhaal.
Van mijn wortels in Suriname tot het bord voor je neus. Een verhaal over de mensen die mij maakten, de geschiedenis die ik meedraag en de smaken die blijven.

Voordat je je vork pakt, wil ik je iets vertellen. Je ziet cassave, banaan, bakkeljauw en misschien een ei. Ik zie de handen die mij hebben gemaakt. Generatie na generatie.
Ik ben heri heri. Mijn naam hoort bij Suriname. Je vindt mij ook geschreven als heriheri of her’heri. Wie mij kent, herkent vaak meteen mijn aardvruchten: de wortels en knollen die samen een groot deel van mijn bord vullen. Ik hoor bij de Afro-Surinaamse keuken, de keuken met wortels in de Afrikaanse gemeenschap van Suriname. [1]
Misschien leer je mij vandaag voor het eerst kennen. Misschien at je mij vroeger bij je oma en herken je de smaak al voordat je de eerste hap neemt. Hoe je ook bij mij bent gekomen: schuif aan. Mijn verhaal begint lang voordat ik op jouw bord belandde.
01 · Mijn wortels
Mijn reis begon bij mensen.
Om mijn oorsprong te begrijpen, moet je eerst naar de mensen kijken. In de koloniale tijd werden Afrikanen onder dwang over de Atlantische Oceaan naar Suriname gebracht. De overtocht maakte deel uit van de trans-Atlantische slavenhandel. Mensen werden verhandeld en gedwongen te werken, ver van de plek waar zij vandaan kwamen. Vanaf de zeventiende eeuw groeide Suriname uit tot een plantagekolonie; na de Nederlandse overname in 1667 werd dat systeem verder uitgebreid. [2]
Met de mensen kwam ook kennis mee. Kennis van koken, van gewassen, van smaken en van manieren om met weinig middelen eten te bereiden. In Suriname kreeg die kennis een nieuwe omgeving. Daar ontwikkelde zich de Afro-Surinaamse keuken waarin ik mijn plaats vond. [1]
Het land had al een eigen voedselgeschiedenis. De oorspronkelijke bewoners leefden er lang voor de komst van Europeanen. Cassave heeft zijn oorsprong in Zuid-Amerika en hoorde bij de gewassen die in de regio werden gebruikt. Dat is een belangrijk deel van mijn verhaal: mijn ingrediënten hebben verschillende wortels. [3]
Mijn reis naar Suriname is dus de reis van mensen, kennis en producten die daar bij elkaar kwamen. Als gerecht kreeg ik daar vorm. Er is geen betrouwbaar vastgelegd moment waarop één kok mij voor het eerst op tafel zette. Mijn begin ligt in een geschiedenis die groter is dan één recept.
02 · De tijd waarin ik ontstond
Een maaltijd in een hard bestaan.
Op de Surinaamse plantages draaide veel om producten voor de verkoop: onder meer suiker, koffie, cacao en katoen. De winst was voor de mensen die het systeem beheersten. Tot slaaf gemaakte mensen moesten het werk doen. Zij hadden geen vrijheid om zelf over hun leven en arbeid te beslissen. [4]
Mijn oorsprong ligt in die tijd. De mensen die mij maakten, beschikten over ingrediënten als cassave, zoete aardappel en nappie. Een deel van hun voedsel kwam uit rantsoenen van de slavenhouders. Die rantsoenen waren vaak onvoldoende. Om extra eten te krijgen, verbouwden mensen zelf gewassen, vingen zij vis en hielden zij kippen. [5]
Zo kreeg een maaltijd vorm uit wat beschikbaar was. Wortels, knollen en bananen leverden vooral koolhydraten. Ze vormden een stevige basis naast de vis. Voor mij zijn dat herkenbare onderdelen van een gerecht; voor de mensen in die tijd ging het om eten in een bestaan waarin tekorten en uitputting voorkwamen. [1]
Wanneer je over mij leest, hoor je vaak over vindingrijkheid. Daar hoort ook aandacht bij voor de omstandigheden waarin die nodig was. De mensen achter mijn ontstaan hadden families, herinneringen en kennis. Hun leven verdient meer ruimte dan alleen een paar regels over een oud gerecht.
In mijn verhaal wil ik de handen zichtbaar maken die mij hebben bereid.
Ik draag die geschiedenis mee wanneer ik op tafel kom. Niet iedereen eet mij met dezelfde herinnering, maar mijn ontstaan blijft verbonden met de mensen die in die tijd leefden.
03 · Wat er op mijn bord samenkomt
Elke smaak heeft een eigen verleden.
Zoals je mij vandaag vaak tegenkomt, bestaan mijn belangrijkste onderdelen uit gekookte cassave, zoete aardappel, groene en rijpe bakbanaan, bakkeljauw en een gekookt ei. Er kan ook garnering bij liggen. De precieze samenstelling verschilt per keuken en per familie. [6]
Proef eerst een stukje cassave en daarna wat vis. De aardvruchten geven een milde basis; de bakkeljauw brengt een duidelijke, zoute smaak. Op één vork komen mijn onderdelen samen. Zo leer je mij kennen, hap voor hap.
De aardvruchten geven mij mijn basis. Daarnaast staat de banaan, die in verschillende stadia van rijpheid wordt gebruikt. En dan is er de bakkeljauw: de gezouten en gedroogde vis die zo herkenbaar bij mij hoort. Vis werd door zouten en drogen houdbaar gemaakt. Dat maakte vervoer over lange afstanden mogelijk.
Een historische encyclopedie beschrijft hoe grote hoeveelheden bakkeljauw uit Noord-Amerika naar Suriname en andere koloniën werden ingevoerd. Er waren verschillende vissoorten in omloop. Het woord bakkeljauw is verwant aan het Portugese bacalhau en het Spaanse bacalao. Ook in dat ene onderdeel van mij hoor je dus de geschiedenis van handel en reizen terug. [7]
Mijn bord is door de tijd heen verder ontwikkeld. Wat je vandaag ziet, hoeft daarom niet precies dezelfde samenstelling te hebben als een maaltijd uit de slavernijperiode. Een traditioneel gerecht leeft in de mensen die het bereiden. Zij kiezen, proeven en geven hun manier van koken door.
04 · Op weg naar vrijheid
1863 veranderde de wet. Vrijheid vroeg meer tijd.
Al lang vóór de officiële afschaffing verzetten mensen zich tegen slavernij. Groepen die zich uit de slavernij bevrijdden, bouwden gemeenschappen op in het binnenland. Deze groepen worden Marrons genoemd. Zij vochten vanuit het regenwoud tegen het koloniale gezag. Ook dat verzet hoort bij het verhaal van Suriname en vrijheid. [2]
Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij officieel af in Suriname en het Caribisch gebied. Het was een groot keerpunt. Bij die afschaffing kregen de voormalige slavenhouders een vergoeding van de overheid. Dat gegeven hoort ook bij de geschiedenis van die dag. [8]
Voor veel vrijgemaakte mensen in Suriname volgden nog tien jaren van staatstoezicht. Dat woord klinkt misschien rustig, maar het betekende dat mensen tussen 15 en 60 jaar verplicht een arbeidsovereenkomst moesten sluiten. De overheid wilde voorkomen dat zij massaal de plantages verlieten. Hun vrijheid om zelf te kiezen bleef daardoor beperkt. In 1873 eindigde het staatstoezicht en kregen de vrijgemaakten het volledige burgerrecht. [9]
Wanneer ik je over vrijheid vertel, horen die twee jaartallen daarom bij elkaar: 1863 en 1873. Achter elk jaartal stonden mensen die verder moesten leven. Met wat zij hadden verloren, met wat zij wisten en met wat zij aan hun kinderen wilden meegeven.
Ik bleef na de afschaffing bestaan in de Surinaamse keuken. De geschiedenis ging verder, en ik ging mee. [5]
05 · Van generatie naar generatie
Later stak mijn verhaal opnieuw de oceaan over.
Een recept kan op papier staan. Het kan ook worden geleerd door naast iemand te staan. Door te kijken hoe een knol wordt geschild. Door te proeven. Door te vragen: “Is dit al goed?” Wanneer ik over doorgeven spreek, denk ik aan zulke kleine momenten. Daar krijgt een gerecht een plaats in een familie.
Door de migratie tussen Suriname en Nederland reisden ook ingrediënten en recepten mee. De Surinaamse keuken kreeg zo een steeds grotere plaats in Nederland. Mijn verhaal werd onderdeel van het eten waarmee mensen hun afkomst en hun dagelijks leven verbonden. [1]
Rond de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november 1975 nam de migratie naar Nederland sterk toe. Dat jaar vormde een duidelijke piek. Voor veel mensen begon een leven op een andere plek, terwijl de band met Suriname bleef bestaan. [10]
Als gerecht kan ik een vertrouwde smaak zijn in een nieuwe omgeving. Een bord kan een gesprek op gang brengen: over vroeger, over familie, over wie er thuis kookte. Zo komt er bij mijn geschiedenis steeds een nieuw verhaal.
06 · Herdenken en samen eten
Op 1 juli krijg ik een bijzondere betekenis.
Tijdens Keti Koti herdenken en vieren mensen de afschaffing van de slavernij. De naam komt uit het Sranantongo en verwijst naar de verbroken ketenen. Heri heri wordt op die dag samen gegeten en gedeeld. Mijn achtergrond krijgt dan een duidelijke plaats aan tafel. [6]
Met het initiatief Free Heri Heri for All van KIP Republic wordt mijn maaltijd gratis aangeboden op verschillende plekken. Samen eten maakt ruimte om elkaar te ontmoeten, geschiedenis te delen en te praten over de betekenis van de dag. [11]
Op zo’n moment kunnen mensen met verschillende achtergronden bij hetzelfde gerecht aanschuiven. Sommigen kennen mijn smaak hun hele leven. Anderen horen mijn naam voor het eerst. Een maaltijd kan helpen om een gesprek te beginnen dat anders misschien niet zou ontstaan.
Voor mij ligt daar de kracht van samen eten: je neemt de tijd, je luistert en je deelt iets. Ook wanneer niet iedereen hetzelfde verhaal meebrengt.
Mijn reis in het kort
De momenten die je wilt onthouden.
- Vóór de kolonisatie Cassave heeft al een geschiedenis in Zuid-Amerika. [3]
- De slavernijperiode Mijn wortels liggen in het voedsel van tot slaaf gemaakte mensen in Suriname. [5]
- 1 juli 1863 De slavernij wordt officieel afgeschaft. [8]
- 1873 Het staatstoezicht eindigt in Suriname. [9]
- Rond 1975 De migratie naar Nederland neemt sterk toe. [10]
- Vandaag Ik word gegeten, doorgegeven en gedeeld, onder meer tijdens Keti Koti. [11]
07 · Wat ik in mij draag
Mijn ingrediënten brengen ook voedingsstoffen mee.
Je kent nu een deel van mijn verleden. Misschien wil je ook weten wat er eigenlijk in die herkenbare ingrediënten zit. Mijn bord brengt verschillende voedingsstoffen samen. De aardvruchten en bananen leveren vooral koolhydraten. Vis en ei voegen eiwitten toe. De vitamines en mineralen verschillen per ingrediënt en per bereiding. [12] [14] [15]
Vitamines leveren zelf geen energie. Het zijn stoffen die je lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft. Mijn energie komt onder meer uit koolhydraten, vetten en eiwitten. Dat onderscheid helpt om mijn bord beter te begrijpen. [16]
Cassave
Vooral koolhydraten · Ook vitamine C
Cassave geeft mij een stevige basis van zetmeel, een soort koolhydraat. De wortel bevat ook vitamine C. Hoeveel daarvan na het koken overblijft, hangt af van de bereiding. Zie cassave vooral als een onderdeel van mijn maaltijd dat energie levert. [12]
Zoete aardappel
Koolhydraten · Vezels · Bij oranje soorten bètacaroteen
Zoete aardappel draagt koolhydraten en vezels bij. Vooral varianten met oranje vruchtvlees bevatten bètacaroteen. Je lichaam kan deze stof omzetten in vitamine A. De kleur en het ras maken verschil; lichte en oranje zoete aardappelen hebben niet precies dezelfde samenstelling. [13] [16]
Bakbanaan
Koolhydraten · Vezels · Kalium · Vitamine B6
Bakbanaan voegt koolhydraten toe en bevat daarnaast vezels, kalium en onder meer vitamine B6. De samenstelling verandert met de rijpheid en de bereiding. Daarom is een groene gekookte banaan niet precies hetzelfde als een rijpe banaan die in olie wordt gebakken. [17]
Bakkeljauw
Eiwitten · Vitamine B12 · Ook zout
De vis draagt eiwitten en vitamine B12 bij. Veel vissoorten bevatten ook mineralen zoals jodium en seleen; de hoeveelheden verschillen. Bakkeljauw is gezouten vis. Het ontzouten vóór de bereiding doet er dus toe, en de hoeveelheid zout die op mijn bord overblijft kan variëren. [14]
Gekookt ei
Eiwitten · Vitamine B2, B12 en D
Wanneer er een ei bij mij ligt, voegt dat eiwitten en verschillende vitamines toe, waaronder B2, B12 en D. Ook bevat een ei mineralen zoals ijzer en seleen. Het vult de aardvruchten en bananen aan met andere voedingsstoffen. [15]
En als er groenten bij mij worden geserveerd, brengen ook die hun eigen voedingsstoffen mee. Zo krijgt ieder bord zijn eigen samenstelling, net zoals iedere keuken haar eigen manier heeft om mij te maken.
08 · Nu ben ik bij jou
Mijn volgende hoofdstuk begint aan tafel.
Je hebt inmiddels verder gekeken dan de ingrediënten. Je kent mijn wortels in Suriname, de harde tijd waarin ik ontstond, de generaties die mij hebben doorgegeven en de betekenis die ik bij Keti Koti krijg.
Nu mag je ook gewoon proeven. De cassave, de banaan, de vis. Misschien herken je iets van thuis. Misschien ontdek je een smaak die je nog niet kende. Beide ervaringen krijgen een plaats in mijn verhaal.
Als je mij ooit voor iemand bereidt, vertel dan iets over de mensen achter dit gerecht. Of vraag degene die naast je zit hoe heri heri vroeger bij hem of haar thuis werd gemaakt. Zo blijft er naast de smaak ook ruimte voor de herinnering.
Ik ben heri heri. Mijn verhaal leeft verder in de handen die mij bereiden, in de mensen die mij delen en in wie de tijd neemt om te luisteren.
Bronnen en achtergrond bij mijn verhaal
Heri heri spreekt hier als verteller. De stem en de beelden in de tekst zijn een literaire vorm. De historische achtergrond en de informatie over voedingsstoffen zijn gebaseerd op onderstaande bronnen. Het verhaal kent geen verzonnen historische personen of een vastgesteld ontstaansjaar.
De voedingsinformatie gaat over de ingrediënten; het is geen berekening van één specifiek recept of van een portie van Annie’s Place. Met de kleine bronlinks in het verhaal kun je meteen verder lezen.
- Karin Vaneker — Surinaamse eetcultuur, in Reimagining Marginalized Foods
- Nationaal Archief — Plantagekaart Suriname (1737)
- Royal Botanic Gardens, Kew — Cassave
- Nationaal Archief — Plantages en slavernij
- Geheugen van Nederland / Allard Pierson — Heri heri: recept uit de slavernij
- Rijksmuseum — Heri heri en Keti Koti
- DBNL — Historische encyclopedie: Bakkeljauw
- Nationaal Archief — Afschaffing van de slavernij in 1863
- Nationaal Archief — Emancipatie en staatstoezicht (1863–1873)
- CBS — Migratie uit Suriname rond de onafhankelijkheid
- Kunsthal / KIP Republic — Free Heri Heri for All
- FAO — Voedingswaarde van wortels en knollen
- International Potato Center — Zoete aardappel en bètacaroteen
- Voedingscentrum — Vis, voedingsstoffen en zout
- Voedingscentrum — Eieren
- Voedingscentrum — Vitamines
- FAO — Voedingsstoffen in bananen en bakbananen (bijlage 7)